Commissies
Activiteiten
Tire Haut
Wildsoorten
Jachthonden
Documenten
Foto galerij
WBE Tielerwaard-West
Nieuws
Contactgegevens
Penningmeester
Weidelijk jagen
Kaart WBE Tielerwaard-West
Het weer in de WBE
Statuten
Huishoudelijk reglement
Opzeggen lidmaatschap
Jaarverslag 2013
Statuten

ARTIKEL 1

De vereniging draagt de naam Wildbeheereenheid Tielerwaard West.

ARTIKEL 2

Zij heeft haar zetel te Spijk gemeente Lingewaal.

BEGRIPSBEPALINGEN

ARTIKEL 3

In deze statuten wordt verstaan onder:

1.    De KNJV: Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging;

2.    Wildbeheer: Duurzaam beheer van wildsoorten;

3.    Faunabeheer: Duurzaam beheer van in het wild levende diersoorten;

4.    Jagen: Bemachtigen, doden of met het oog daarop opsporen van in het wild levende fauna, alsmede het doen van pogingen daartoe, zulks met het oog op verstandig gebruik van de natuur, populatiebeheer en schadebestrijding ingekaderd in planmatig natuur-, fauna- en wildbeheer;

5.    Jager: Degene die jaagt;

6.    Faunabeheereenheid: Overeenkomstig artikel 29 van de Flora- en faunawet door Gedeputeerde Staten erkend samenwerkingsverband van jachthouders;

7.    Weidelijkheid: In overeenstemming met de gedrags- en fatsoensnormen zoals neergelegd casu quo neer te leggen in de door de KNJV opgestelde of op te stellen voorschriften;

8.    Jachthouder: Degene die overeenkomstig de Flora- en faunawet gerechtigd is tot het genot van de jacht;

9.    Jachtaktehouder: Houder van een geldige jachtakte als bedoeld in de Flora- en faunawet;

10.  Wildsoorten: Soorten die in de Flora- en faunawet als wild zijn benoemd;

11.  Faunasoorten: Soorten die overeenkomstig de Flora- en faunawet kunnen worden bejaagd en/of beheerd en/of bestreden;

12.  WBE-Databank; Gegevensbank van de KNJV waarin de inventarisatie- en afschotcijfers van de WBE worden verzameld;

13.  Faunacommissie: Commissie van de WBE als bedoeld in artikel 12 van het Huishoudelijk Reglement.

WERKGEBIED

ARTIKEL 4

De omvang van het gebied waarbinnen door de vereniging wordt gestreefd naar verwezenlijking van de doelstelling wordt in beginsel bepaald door het gebied waarbinnen door de leden de uitoefening van het genot van de jacht, beheer en schadebestrijding plaatsvindt en is weergegeven op de aan deze akte gehechte kaart.

Dit gebied wordt begrensd:

-      aan de noordzijde door de rivier de Linge;

-      aan de oostzijde door de Autoweg A 2;

-      aan de zuidzijde door de rivier de Waal;

-      aan de westzijde door de gemeentegrens stad Gorinchem/Merwede

Bij of krachtens het huishoudelijk reglement kan het werkgebied worden aangepast.

OMSCHRIJVING, DOEL EN MIDDELEN

ARTIKEL 5

1.    a.    Een wildbeheereenheid is een rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband van jacht(akte)houders en anderen dat tot doel heeft te bevorderen dat jacht, beheer en schadebestrijding, al dan niet ter uitvoering van het door de faunabeheereenheid opgestelde faunabeheerplan en/of het eigen wildbeheerplan (van de WBE), wordt uitgevoerd mede in samenwerking met en mede ten dienste van grondgebruikers of terreinbeheerders.

2.    Bij de verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstelling aanvaardt de vereniging als grondslag de navolgende beginselen:

       a.    jagers zijn dragers bij uitstek van de verantwoordelijkheid voor de instandhouding van de fauna in Nederland;

       b.    gezien de centrale rol van de jager bij de uitvoering van de jacht wordt aanvaard dat de jager een dienende taak heeft bij het voorkomen en bestrijden van wildschade bij land-, tuin- en bosbouw enerzijds en, met het oog op herstel en handhaving van de redelijke wildstand, bij evenwichtige regulering en beheer van soorten anderzijds;

       c.    de jacht kan in beginsel alleen worden uitgeoefend op basis van een gedegen wild en/of faunabeheerplan;

       d.    de leden van de vereniging dienen zich voortdurend te laten leiden door de gedachte dat jacht alleen kan plaatsvinden op basis van het beginsel van duurzaam gebruik van natuurlijke (hulp)bronnen.

3.    De vereniging tracht het hierboven omschreven doel onder meer te bereiken door:

       a.    in nauwe samenwerking met (semi)publiekrechtelijke en/of privaatrechtelijke organisaties op het gebied van de land-, tuin- en bosbouw en de eigenaren en gebruikers van de gronden, waarop de leden de jacht kunnen uitoefenen, te streven naar verbetering van de kwaliteit van het biotoop, zulks zo mogelijk met gelijktijdig herstel en/of handhaving van de landschappelijke waarden in dit gebied;

       b.    door het op eigen naam ten behoeve van haar leden desgewenst verwerven van jachtrechten binnen het werkgebied van de vereniging;

       c.    nauw met de KNJV en andere met de KNJV gelieerde WBE's samen te werken ter bevordering van een eensgezinde behartiging van de jachtbelangen op lokaal, provinciaal en nationaal niveau;

       d.    te bevorderen dat de leden, deelnemers en begunstigers van de WBE en anderen lid zijn of worden van de KNJV.;

       e.    de leden te stimuleren hun medewerking te verlenen aan planmatig wildbeheer;

       f.     de niet aangesloten jagers in jachtgebieden in de WBE te informeren over deze plannen en hen er zo mogelijk bij betrekken;

       g.    te streven naar het instellen van jachttoezicht, teneinde zo goed mogelijk uitvoering te geven aan de wildbeheerplannen;

       h.    het geven van voorlichting;

       i.      het behartigen van de belangen van haar leden, zowel in als buiten rechte, alle zaken de uitoefening van het genot van de jacht in de ruimste zin des woords betreffende;

       j.      het bevorderen van de kennis en ervaring alle zaken de jacht en/of beheer en/of schadebestrijding betreffende, bij de aangesloten leden;

       k.     het regelmatig voeren van overleg met natuurbeschermingsinstanties, overheden, en andere daartoe in aanmerking komende instanties;

       l.      het verkrijgen van subsidies en bijdragen teneinde goed wildbeheer mogelijk te maken;

       m.   het deelnemen aan de WBE databank van de KNJV.

LEDEN

ARTIKEL 6

1.    Leden van de vereniging kunnen zijn zij die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, en/of bij de wet erkende rechtspersonen, die:

       a.    gerechtigd zijn tot de uitoefening van de jacht (zoals bedoeld in deze statuten) en/of beheer en/of schadebestrijding in de WBE;

       b.    eigenaren zijn, dan wel gebruikers van gronden, waarop het jachtrecht is verhuurd aan n of meer leden van de vereniging;

       c.    toestemming hebben de jacht uit te oefenen in of buiten gezelschap van de jachthouder;

       d.    Drijvers en jachthondenmensen die de doelstelling van de WBE onderschrijven.

2.    Het bestuur houdt een register waarin de namen en adressen (waaronder e-mailadressen en telefoonnummers) van alle leden zijn opgenomen.

DEELNEMERS EN BEGUNSTIGERS

ARTIKEL 7

1.    Deelnemers zijn houders van jachtakten, die niet in de gelegenheid zijn tot de uitoefening van de jacht in de WBE en die bereid zijn aan de wildbeheeractiviteiten van de vereniging actief deel te nemen.

2.    Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de vereniging financieel te steunen door een door de algemene vergadering vastgestelde jaarlijkse minimum bijdrage en het doel van de WBE onderschrijven.

3.    Deelnemers en begunstigers hebben geen andere rechten en verplichtingen, dan die welke hun bij of krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd.

TOELATING

ARTIKEL 8

1.    Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden, deelnemers en begunstigers. Een en ander kan geschieden op voordracht van een bij huishoudelijk reglement in te stellen ballotagecommissie.

2.    Bij niet-toelating tot lid door het bestuur kan de algemene vergadering op de wijze als voorzien bij huishoudelijk reglement alsnog tot toelating besluiten.

3.    Het bestuur houdt een register waarin de namen en adressen (waaronder e-mailadressen en telefoonnummers) van alle deelnemers en begunstigers zijn opgenomen.

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP EN SCHORSING

ARTIKEL 9

1.    Het lidmaatschap eindigt:

       a.    door de dood van het lid/natuurlijke persoon, danwel door ontbinding van het lid/rechtspersoon;

       b.    door opzegging door het lid;

       c.    door opzegging namens de vereniging;Dit kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, waaronder wordt begrepen het niet loyaal uitvoering geven aan het door, danwel namens de vereniging opgestelde wildbeheerplan en het niet aanleveren van de door de WBE gevraagde afschot en/of inventarisatiegegevens, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;

       d.    door ontzetting. Dit kan alleen geschieden wanneer een lid of in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Onder benadeling wordt in ieder geval verstaan een overtreding van de Flora- en faunawet en de Wet wapens en munitie.

2.    Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

3.    Opzegging van het lidmaatschap door het lid of de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van tenminste vier weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

4.    Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.

5.    Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit, waarbij de verplichtingen van leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten. Evenmin is een lid bevoegd tot de opzegging van zijn lidmaatschap om aldus te ontkomen aan beheermaatregelen, welke dienen te worden uitgevoerd op basis van een vastgesteld wildbeheerplan, zij het dat de verplichting tot uitvoering van deze maatregelen slechts wordt aanvaard voor een periode van maximaal n jaar na beëindiging van het lidmaatschap.

6.    Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.

7.    Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond van het feit dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkenen binnen n maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.

8.    Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage geheel verschuldigd.

9.    Het bestuur is bevoegd als disciplinaire maatregel een lid te schorsen, steeds voor een periode van maximaal twee maanden, zonder dat daar een besluit tot opzegging of ontzetting aan vooraf gaat. Bij of krachtens huishoudelijk reglement kunnen nadere regels worden gesteld.

10.  Bij huishoudelijk reglement kan de opzeggings- en ontzettingsprocedure nader geregeld worden.

EINDE VAN DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DEELNEMERS EN BEGUNSTIGERS

ARTIKEL 10

1.    De rechten en verplichtingen van een deelnemer en een begunstiger kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende verenigingsjaar voor het geheel blijft verschuldigd.

2.    Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.

JAARLIJKSE BIJDRAGEN

ARTIKEL 11

1.    De leden, deelnemers en de begunstigers zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen. Bij of krachtens huishoudelijk reglement kunnen nadere regels worden gesteld.

2.    Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.

RECHTEN DEELNEMERS EN BEGUNSTIGERS

ARTIKEL 12

Behalve de overige rechten die aan deelnemers en begunstigers bij of krachtens deze statuten worden toegekend, hebben zij het recht aan de door de vereniging georganiseerde activiteiten deel te nemen.

BESTUUR

ARTIKEL 13

1.    Het bestuur van de vereniging bestaat uit oneven aantal van ten minste vijf personen en wordt door de algemene vergadering benoemd. De voorzitter wordt in functie benoemd. Het aantal bestuursleden wordt door de algemene vergadering vastgesteld. De benoeming geschiedt uit leden, waarbij wordt gestreefd naar een samenstelling als volgt:

-      vijf leden jachthouders/jagers, waarvan minimaal een die de leeftijd van veertig (40) jaar nog niet bereikt heeft.

2.    De algemene vergadering kan besluiten dat n lid van het bestuur van buiten de leden wordt benoemd.

3.    De benoeming van bestuursleden geschiedt uit n of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 4. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als tenminste 25% van de leden. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht door ten minste vijfentwintig procent (25%) van de leden moet minimaal tweeënzeventig (72) uur vóór de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.

4.    Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Vergadering, genomen in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden vertegenwoordigd is.

5.    Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de Algemene Vergadering overeenkomstig het voorafgaande lid aan de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de Algemene Vergadering vrij in de keuze.

6.    Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP - SCHORSING

ARTIKEL 14

1.    Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

2.    Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende is steeds herkiesbaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.

3.    het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:

       a.    ten aanzien van een bestuurslid dat uit leden benoemd is door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;

       b.    door schriftelijk bedanken.

BESTUURSFUNCTIES - BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR

ARTIKEL 15

1.    Het bestuur wijst uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aan. Het kan voor elk hunner uit zijn midden een vervanger aanwijzen. Een bestuurslid (uitgezonderd de voorzitter) kan, meer dan n functie bekleden.

2.    Van het verhandelde in elke vergadering worden door of namens de secretaris notulen opgemaakt, die na vaststelling door de vergadering door de voorzitter en secretaris worden ondertekend. In afwijking van hetgeen de wet dienaangaande bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit niet beslissend.

3.    Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven.

BESTUURSTAAK-VERTEGENWOORDIGING

ARTIKEL 16

1.    Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.

2.    Indien het aantal bestuursleden beneden het in artikel 13 genoemde minimumaantal is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een Algemene Vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.

3.    Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd.

4.    Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de Algemene Vergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten, waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.

5.    Het bestuur behoeft eveneens voorafgaande goedkeuring van de Algemene Vergadering voor besluiten tot:

       a.    het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen die een door de Algemene Vergadering vastgesteld bedrag of vastgestelde waarde overstijgen, onverminderd het hierna onder b. bepaalde;

       b.    het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van registergoederen;

       c.    het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een bankkrediet wordt verleend;

       d.    het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruikmaken van een aan de vereniging verleend bankkrediet;

       e.    het aangaan van dadingen;

       f.     het optreden in rechte (waaronder niet begrepen het voeren van geschillenprocedures) doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen, die geen uitstel kunnen lijden;

       g.    het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten en/of opdrachten tot dienstverlening;

       h.    het aangaan van een overeenkomst tot huur en verhuur van het genot van de jacht op gronden, gelegen binnen het werkgebied van de wildbeheereenheid;

       i.      uitgaven die de betreffende begrotingspost met meer van tien procent (10%) overschrijden Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.

6.    Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging vertegenwoordigd:

       a.    hetzij door het bestuur;

       b.    hetzij door de voorzitter en één ander bestuurslid gezamenlijk.

7.    Het bestuur is bevoegd derden volmacht te verlenen om de vereniging binnen de grenzen van de volmacht te vertegenwoordigen.

JACHTREGELING SAMENWERKENDE JACHTHOUDERS; WEDERVERHUUR

ARTIKEL 17

1.    In geval de vereniging jachthouder wordt op gronden, welke zijn gelegen in het jachtveld van leden zal het bestuur onverwijld tot wederverhuur van het genot van de jacht aan de laatstzittende jager overgaan, mits deze lid is van de vereniging en er geen zwaarwegende redenen zijn om niet aan hem/haar te verhuren.

2.    In het geval de laatstzittende jager geen lid van de WBE is en er zwaarwegende belangen zijn maakt het bestuur een voordracht tot onderverhuur van het jachtrecht van de bij de vereniging in huur zijnde gronden met in achtneming van het bepaalde in artikel 16, lid 5 onder h van deze Statuten.

3.    Als de verhuurder zoals bijvoorbeeld een gemeente of Staatsbosbeheer als voorwaarde stelt dat alle door haar beschikbare gestelde gronden in hun geheel aan de vereniging worden verhuurd dan worden de kosten van de niet-bejaagbare delen naar rato verdeeld over de wederhuurders van de WBE, zie lid 1, waarop wel het wildbeheer op de desbetreffende gronden uit de hoofdverhuur overeenkomst mag worden gevoerd.

4.    In het geval dat delen van door de hoofdverhuurder beschikbaar gestelde gronden in het werkgebied van een andere WBE liggen en met de WBE de verhuur overeenkomst is gesloten, dan wordt het recht tot wildbeheer op de desbetreffende gronden door de WBE verhuurd aan de WBE in wiens gebied deze gronden liggen.

5.    Indien de jager van door de WBE aan hem verhuurde gronden na te zijn aangemaand de jachthuur nog niet heeft voldaan, dan is de WBE gerechtigd om de jachthuur overeenkomst eenzijdig en per direct op te zeggen met inachtneming van het bepaalde in artikel 16, lid 5, onder h.

6.    Indien de jachthouder van een via de WBE door de hoofdverhuurder beschikbaar gestelde grond na herhaald overleg met het bestuur niet meer wil pachten, dan zal het bestuur een voordracht tot wederverhuur opmaken met inachtneming van het bepaalde in artikel 16, lid 5, onder h.

7.    In die gevallen waarin de vereniging rechtstreeks het genot van de jacht huurt, zal zij bedingen dat wederverhuur aan de daarvoor in aanmerkingkomende leden contractueel in een jachthuurovereenkomst met de WBE wordt vastgelegd.

GESCHILLENAFHANDELING

Artikel 18

Geschillen met betrekking tot jachtaangelegenheden binnen het werkgebied van de WBE tussen

1.    de leden van de WBE onderling;

2.    tussen leden van de WBE en het bestuur:

alsmede geschillen

3.    met betrekking tot statuten, reglementen of besluiten van de WBE worden afgehandeld overeenkomstig de door de KNJV vastgestelde geschillenregeling.

JAARVERSLAG -REKENING EN VERANTWOORDING

ARTIKEL 19

1.    Het verenigingsjaar loopt van één januari tot en met eenendertig december.

2.    Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

3.    Het bestuur brengt op een Algemene Vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Na verloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.

4.    De Algemene Vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een commissie van tenminste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de Algemene Vergadering verslag van haar bevindingen uit.

5.    Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de commissie van onderzoek zich door een deskundige doen bijstaan. De kosten hiervan komen ten laste van de vereniging voorzover zij niet bovenmatig zijn. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.

6.    De opdracht aan de commissie kan te allen tijde door de Algemene Vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.

7.    Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 2 en 3, zeven jaar lang te bewaren.

ALGEMENE VERGADERING

ARTIKEL 20

1.    Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.

2.    Jaarlijks, uiterlijk drie maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering -de jaarvergadering- gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:

       a.    het jaarverslag en de rekening;

       b.    de benoeming van de in artikel 19 genoemde commissie voor het volgende verenigingsjaar;

       c.    voorziening in eventuele vacatures;

       d.    voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.

3.    Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.

4.    Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van n/tiende gedeelte der stemmen verplicht tot het bijeen-roepen van een Algemene Vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 24 of bij advertentie in tenminste een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad.

TOEGANG EN STEMRECHT

ARTIKEL 21

1.    Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden van de vereniging, alle deelnemers en alle begunstigers. Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden, tenzij anders in deze statuten bepaald.

2.    Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist het bestuur.

3.    Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem. Het bestuurslid dat geen lid van de vereniging is, heeft een raadgevende stem.

4.    Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen met dien verstande dat een lid maximaal voor twee andere leden mag stemmen.

ARTIKEL 22

1.    De algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter van de vereniging of zijn plaatsvervanger. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt n der andere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve.

2.    Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter aangewezen persoon notulen gemaakt, die na vaststelling door de vergadering door de voorzitter en de secretaris worden vastgesteld en ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt zo spoedig mogelijk maar zeker binnen twee maanden na afloop van de vergadering ter kennis van de leden gebracht.

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING

ARTIKEL 23

1.    Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

2.    Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

3.    Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

4.    Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht en zijn niet geldig.

5.    Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, of ingeval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten, plaats. Heeft alsdan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij die voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan n persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen uitgebracht. In geval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.

6.    Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.

7.    Alle stemmingen, behoudens stemming over personen -deze geschiedt schriftelijk- geschieden mondeling, tenzij een lid van de algemene vergadering schriftelijke stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.

8.    Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn dezen niet in vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.

9.    Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen -dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding- ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

BIJEENROEPEN ALGEMENE VERGADERING

ARTIKEL 24

1.    De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk (waaronder ook per e-mail en andere gangbare communicatiemiddelen) aan de adressen van de leden, deelnemers en begunstigers volgens het register bedoeld in artikel 6, lid 2. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste zeven dagen.

2.    Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld.

STATUTENWIJZIGING

ARTIKEL 25

1.    In de statuten van de vereniging kan met uitzondering van het in artikel 23, negende lid bepaalde, geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.

2.    Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld aan alle leden ter kennis gebracht.

3.    Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Is niet twee/derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.

4.    Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

ONTBINDING

ARTIKEL 26

1.    De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene ledenvergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.

2.    Het batig saldo na vereffening vervalt aan degene die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid van de vereniging waren. Ieder hunner ontvangt een deel naar rato van hun contributie over het laatste boekjaar. Bij besluit tot ontbinding kan echter door de algemene ledenvergadering ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.

3.    Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".

4.    De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten meer aanwezig zijn.

5.    De boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging moeten worden bewaard gedurende zeven jaren na afloop van de vereffening. Bewaarder is degene die door de vereffenaar(s) als zodanig is aangewezen.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

ARTIKEL 27.

1.    De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen.

2.    Artikel 25, leden 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing.

3.    Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

SLOTBEPALING

ARTIKEL 28.

In alle gevallen waarin de wet, deze statuten of huishoudelijk reglement niet voorzien, als mede in die gevallen waarin onderdelen van de statuten en huishoudelijk reglement verschillend kunnen worden uitgelegd, beslist het bestuur.

 

WBECommissiesActiviteitenTire HautWildsoortenJachthondenDocumentenFoto galerij